zaterdag 19 juli 2014

Dodencirkel

Als ze niet bezig is met opgravingen van beenderen of andere archeologische vondsten, geeft Ruth Galloway colleges aan de universiteit.
Ze woont aan de rand van de afgelegen en verlaten Saltmarsh, een indrukwekkend moerasgebied in Norfolk, dat grenst aan de Noordzee. Ze houdt van het ontoegankelijke gebied en voelt zich er nooit eenzaam.

Wanneer er een kinderskelet wordt gevonden op de vindplaats van de palencirkel in het moeras, waar Ruth eerder opgravingen heeft gedaan, wordt zij benaderd om de beenderen te dateren. Het skelet blijkt tweeduizend jaar oud, tot grote teleurstelling van inspecteur Harry Nelson, die Ruths hulp had ingeroepen. Hij had gehoopt dat de beenderen van Lucy waren, een meisje dat al tien jaar vermist wordt.

Sinds haar verdwijning krijgt Nelson brieven over Lucy met bizarre verhalen vol verwijzingen naar offerrituelen en met Keltische en Bijbelse teksten.

Dan verdwijnt opnieuw een meisje, en Nelson krijgt eenzelfde soort brief over haar. Terwijl de brievenschrijver dichterbij komt en het moeras zich van zijn meest verraderlijke kant laat zien, wordt Ruth het onderzoek in getrokken en brengt haar forensisch archeologische kennis haar in levensgevaar.




Dit is het eerste boek over Ruth Calloway. Zij is een normale vrouw van vlees en bloed, wat aan de stevige kant met een enigszins negatief zelfbeeld. Ze woont alleen en werkt in een mooie mistroostige omgeving, dicht bij een moeras. Hier speelt het verhaal zich grotendeels af.

Na het veelbelovende begin viel het verhaal me uiteindelijk toch een beetje tegen. Het plot was niet erg verrassend en er werden ook nogal wat vreemde figuren opgevoerd. Met name, Cathbad, Eric de Noorman en Techno Boy. Het archeologische gedeelte over de opgravingen vond ik wel weer erg interessant en ook de relatie tussen Ruth en Harry Nelson.  Redenen genoeg om toch het volgende deel een keer te gaan lezen.


1 opmerking: