woensdag 25 juli 2018

Kleihuid

Vlaanderen, 1918. In een geïmproviseerd revalidatieoord achter het front delen de Britse officier Rupert Atkins en soldaat Harvey Cole noodgedwongen een kamer. Harvey herstelt moeizaam van zware verwondingen aan zijn gezicht, met Rupert is ogenschijnlijk niets mis maar hij verzet zich tegen zijn verblijf en weigert over zijn frontervaringen te praten. In eerste instantie wordt hun contact getekend door afkeer, maar gaandeweg ontstaat een wederzijdse fascinatie. In de confronterende nabijheid van de ander moeten ze zich leren verzoenen met de schade die de oorlog geestelijk en lichamelijk heeft aangericht.






Voor de Hebban debuutprijs mocht ik vijf boeken lezen, eerlijk gezegd sprak deze me het minst aan en daarom heb ik dit boek als eerste gelezen. Ik lees niet zo graag oorlogsboeken. Maar natuurlijk ben ik met goede moed begonnen en zoals het vaak gaat vallen de dingen waarvan je niet veel verwacht heel erg mee. Zo ook met dit boek.

Het verhaal speelt zich af in Vlaanderen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog en gaat over de verschrikkingen en gevolgen hiervan. Vooral de omstandigheden in en rondom de loopgraven zijn indringend beschreven. Hier sneuvelen vele soldaten en de jonge overlevenden proberen ondanks alle ellende toch de moed erin te houden.

Als twee beschadigde soldaten een kamen moeten delen in een revalidatiehuis gaan ze elkaar steeds meer waarderen en begrijpen. Ze staan elkaar bij en helpen elkaar, elk op zijn eigen manier, door vele moeilijke momenten heen.

Door de pakkende schrijfstijl van Herien Wensink werd ik meegezogen in een gruwelijke oorlog maar mocht ook deelgenoot zijn van een mooie vriendschap tussen twee verschillende mannen die met hun trauma's proberen om te gaan. Ik las een pakkend verhaal dat me zeker zal bijblijven, wat mij betreft een meer dan geslaagd debuut!




Geen opmerkingen:

Een reactie posten